‘Rijke landen moeten snel meer geld geven.'
15-04-2008 / Onno Hansen
Dit staat in de nieuwste cijfers van de OESO, de organisatie voor economische samenwerking van rijke landen met een markteconomie.
De totale ontwikkelingshulp bedroeg 66 miljard euro in 2007 (104 miljard dollar). Dat is bijna een half miljard minder dan in 2006. Terwijl de acht economisch grootste landen in 2005 hadden beloofd hun ontwikkelingshulp substantieel op te voeren om de millenniumdoelen te halen.
Geen plaats op school
"Dit falen van de rijkste landen heeft als gevolg dat miljoenen kinderen niet naar school kunnen. En dat vele kinderen en moeders sterven door het ontbreken van enige gezondheidszorg," zegt Max Lawson, beleidsmedewerker van Oxfam International.
"De politieke leiders van landen als Frankrijk, Engeland en Japan zullen moeten uitleggen waarom zij de armsten van de wereld de rug toekeren," zegt Lawson. "Zij moeten, samen met andere leiders, nu aankondigen dat zij echt snel hun budget voor ontwikkelingshulp verhogen. Dat zou hun afkalvende geloofwaardigheid in de ogen van de wereld nog enigszins redden. Wat nu aan hulp wordt besteed, is minder dan eentiende van wat in de wereld aan militaire uitgaven wordt gedaan."
Vijf miljoen levens
In 2005 beloofden de rijke landen vóór 2010 samen 50 miljard dollar meer ontwikkelingshulp te geven om de acht millenniumdoelen in 2015 te kunnen halen. Het ziet er nu naar uit dat dit hooguit nog 20 miljard dollar kan worden. Oxfam heeft becijferd dat met de ontbrekende 30 miljard vijf miljoen levens gered hadden kunnen worden.
Het gaat niet alleen om hoevéél hulp, maar ook om de kwaliteit en de continuïteit. Oxfam wijst op het succes van hulpprogramma's betaald uit het wereldfonds tegen aids, tbc en malaria. Al 1,1 miljoen mensen worden nu behandeld tegen hiv en aids. En er zijn 30 miljoen muskietennetten uitgezet, goed om zo'n 200.000 kinderen het leven te redden.
Al in 1970 spraken de rijke landen af om elk jaar 0,7 procent van hun nationaal inkomen te besteden aan ontwikkelingshulp. Vorig jaar, 37 jaar later, deden slechts vijf landen het daadwerkelijk: Noorwegen, Zweden, Luxemburg, Denemarken en Nederland. België bijvoorbeeld komt niet verder dan 0,43 procent en de Verenigde Staten bungelen onderaan de lijst van rijke landen, met slechts 0,16 procent van hun nationaal inkomen voor ontwikkelingshulp.
De totale ontwikkelingshulp bedroeg 66 miljard euro in 2007 (104 miljard dollar). Dat is bijna een half miljard minder dan in 2006. Terwijl de acht economisch grootste landen in 2005 hadden beloofd hun ontwikkelingshulp substantieel op te voeren om de millenniumdoelen te halen.
Geen plaats op school
"Dit falen van de rijkste landen heeft als gevolg dat miljoenen kinderen niet naar school kunnen. En dat vele kinderen en moeders sterven door het ontbreken van enige gezondheidszorg," zegt Max Lawson, beleidsmedewerker van Oxfam International.
"De politieke leiders van landen als Frankrijk, Engeland en Japan zullen moeten uitleggen waarom zij de armsten van de wereld de rug toekeren," zegt Lawson. "Zij moeten, samen met andere leiders, nu aankondigen dat zij echt snel hun budget voor ontwikkelingshulp verhogen. Dat zou hun afkalvende geloofwaardigheid in de ogen van de wereld nog enigszins redden. Wat nu aan hulp wordt besteed, is minder dan eentiende van wat in de wereld aan militaire uitgaven wordt gedaan."
Vijf miljoen levens
In 2005 beloofden de rijke landen vóór 2010 samen 50 miljard dollar meer ontwikkelingshulp te geven om de acht millenniumdoelen in 2015 te kunnen halen. Het ziet er nu naar uit dat dit hooguit nog 20 miljard dollar kan worden. Oxfam heeft becijferd dat met de ontbrekende 30 miljard vijf miljoen levens gered hadden kunnen worden.
Het gaat niet alleen om hoevéél hulp, maar ook om de kwaliteit en de continuïteit. Oxfam wijst op het succes van hulpprogramma's betaald uit het wereldfonds tegen aids, tbc en malaria. Al 1,1 miljoen mensen worden nu behandeld tegen hiv en aids. En er zijn 30 miljoen muskietennetten uitgezet, goed om zo'n 200.000 kinderen het leven te redden.
Al in 1970 spraken de rijke landen af om elk jaar 0,7 procent van hun nationaal inkomen te besteden aan ontwikkelingshulp. Vorig jaar, 37 jaar later, deden slechts vijf landen het daadwerkelijk: Noorwegen, Zweden, Luxemburg, Denemarken en Nederland. België bijvoorbeeld komt niet verder dan 0,43 procent en de Verenigde Staten bungelen onderaan de lijst van rijke landen, met slechts 0,16 procent van hun nationaal inkomen voor ontwikkelingshulp.





